Kanker veroorzaakt grote problemen bij seks en intimiteit

De Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) heeft een omvangrijk onderzoek gedaan naar wat mensen met kanker en hun partners ervaren bij hun seksualiteit en intimiteit. Door de ziekte en de behandeling daarvoor wordt deze vaak fors anders, met grote gevolgen voor de kwaliteit van leven en de relatie. Beide onderwerpen (seks en kanker) zijn beladen met taboes, laat staan de optelsom ervan, reden waarom NFK een aanpak heeft ontwikkeld (zie www.kankerenseks.nl ) die antwoord geeft op concrete vragen die mensen kunnen hebben over dit onderwerp. Met ook ervaringsverhalen en tips van andere patiënten en hun partners, waaraan eveneens veel behoefte bestaat.

Gevolgen kanker voor seks en intimiteit, geestelijk en lichamelijk, bij patiënt en partner

Na de diagnose kanker gebeurt er van alles met zowel een patiënt als diens partner. In geestelijk opzicht (ben ik nog wel volledig man/vrouw, ben ik nog aantrekkelijk, zal alles wel blijven functioneren, enz.) en lichamelijk (te moe voor seks, het missen/veranderen van lichaamsdelen, met erectiestoornissen en een droge vagina, enz.). Die gevolgen komen niet alleen voort uit de directe ziekte, maar ook uit de gevolgen van een behandeling (chemotherapie, medicatie of bijvoorbeeld een operatie). Omdat je seks en intimiteit meestal met zijn tweeën beleeft, is zowel de patiënt als ook de partner hierin betrokken.

De cijfers

Volgens 67% van de ca. 3.000 respondenten (patiënten en partners) zijn de seks en de intimiteit slechter geworden (bij mannen ligt dit met 71% hoger). Zo’n 69% zegt dat het lichaam is veranderd, en voor 53% betreft dat ook emoties en gevoelens (wat met 61% meer geldt voor vrouwen dan voor mannen, met 44%), en 21% denkt anders over zichzelf (meer vrouwen met 28% dan mannen met 13%). Bij de problemen worden vooral genoemd erectieproblemen (36%), vermoeidheid (31%), last van een droge vagina (29%), moeite met klaarkomen en zaadlozing (25%). Ook meldt 24% van de vrouwen en 14% van de mannen geen behoefte meer te hebben, en geen gevoel te hebben en impotent te zijn geworden.

Wat hielp ter verbetering zijn, in willekeurige volgorde: 1. Acceptatie, begrip, praten, tijd, 2. Beëindigen relatie, 3. Medicatie als erectiepillen, hormooncrème, glijmiddel e.d. 4. Hulpmiddelen als een vibrator, erectiepomp, prothese e.d. 5. Bekkenbodemfysiotherapie, 6. Tantra en 7. Lustopwekkende beelden, mooi ondergoed, oefeningen e.d. Men heeft behoefte aan concrete, praktische informatie en tips (58%) en ervaringsverhalen van andere mensen die dit eerder hebben meegemaakt (52%).

Aanpak

Op basis van deze informatie van patiënten en hun partners is een website ontwikkeld waarop veel van de gevraagde informatie is te vinden, met concrete vragen en antwoorden, en verhalen van echte mensen. Deze zijn opgesteld met behulp van vele patiënten, artsen, onderzoekers, seksuologen en belangenpartijen uit het seksuele en oncologische veld. Dank is verschuldigd aan betrokken mensen bij Rutgers, NvvS, Saxion Hogeschool, Daniel den Hoed, LUMC en Sick & Seks.

Bekijk de website hier.

Pembrolizumab werkzaam bij bepaalde soorten sarcoom

Op het jaarlijkse ASCO-congres in de VS zijn de resultaten gepresenteerd van de SARC-028-studie naar de werking van het middel pembrolizumab bij verschillende typen sarcoom. In het geval van ongedifferentieerd pleiomorf sarcoom (UPS) en liposarcoom zijn die resultaten hoopgevend te noemen.

Pembrolizumab is een middel voor immunotherapie dat al wordt toegepast bij de behandeling van enkele andere vormen van kanker, waaronder melanoom en niet-kleincellige longkanker. Het is een zeer duur middel dat op de markt is onder de merknaam Keytruda® van producent Merck Sharp & Dohme.

SARC-028 is een fase II-studie waarin de werkzaamheid van pembrolizumab is getest bij vier typen wekedelensarcoom (UPS, liposarcoom, synoviosarcoom en leiomyosarcoom) en drie typen botsarcoom (osteosarcoom, Ewing-sarcoom en chondrosarcoom). Het is uitgevoerd in de VS, waar in totaal ruim 80 sarcoompatiënten mee hebben gedaan.

Uit de studie is gebleken dat bij 30% van de deelnemende patiënten met UPS of liposarcoom sprake was van kleiner worden (en bij een UPS-patiënt zelfs het verdwijnen) van tumoren. Bij de andere onderzochte vormen van sarcoom had het middel veel minder effect. Een op de tien deelnemers had last van forse bijwerkingen.

Op grond van deze resultaten is men van plan verder onderzoek te gaan verrichten naar de werking van pembrolizumab bij een grotere groep patiënten met UPS of liposarcoom. Of ook Nederlandse of Belgische centra mee zullen doen aan dit grotere onderzoek is nog niet bekend.

Protontherapie vanaf 2019 in België mogelijk

KU Leuven en UCL investeren in een gloednieuw onderzoeks- en behandelcentrum voor protontherapie. Dit doen ze met steun van UZ Gent en in samenwerking met een partner uit de industrie. Onderzoekers en experts uit de industrie zullen in het nieuwe centrum samenwerken rond de verdere ontwikkeling van proton- en  koolstof-ion-behandelingen.

In het protontherapiecentrum zullen niet alleen artsen van UZ Leuven, het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc (UCL) en UZ Gent terecht kunnen, ook andere universitaire en niet-universitaire ziekenhuizen kunnen meestappen in dit project voor de behandeling van hun patiënten. De behandeling zal steeds gebeuren in nauw overleg met de betrokken arts. Dankzij de snelle ontwikkeling van de informatietechnologie zal een deel van de voorbereiding voor deze behandeling vanop afstand kunnen gebeuren.

Specialisten van zowel het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc als van UZ Leuven staan in voor de werking van het centrum voor protontherapie. Het centrum krijgt een plaats op campus Gasthuisberg van UZ Leuven. Daar is op dit moment al het Leuvense Kankerinstituut gevestigd. Met meer dan 5000 nieuwe patiënten per jaar is dit het grootste kankercentrum van België en internationaal een referentiecentrum, zoals het ‘Centre du Cancer’ van Saint-Luc dat is in het Franstalig landsgedeelte.

(Bron: uzleuven.be)

N.B. Nederland krijgt drie centra voor protonentherapie tegen kanker in Delft en Groningen deze gaan medio 2017 open, en Maastricht zal medio 2018 volgen.

Actie Warm Hart: U bepaalt wel doel € 10.000,- krijgt. Stem nu!

Beste Leden, (ex)patiënten en belangstellende,

Voor de actie Warm Hart van de NCRV heeft Dianca als goed doel de stichting: ‘Honderd Duizend Keer een Tientje’  (HDKT) aangemeld. Deze stichting maakt zich sterk om geld in te zamelen voor onderzoek naar en voorlichting over Sarcoom-kanker, een zeldzame, zeer kwaadaardige vorm van kanker. De actie Warm Hart biedt de mogelijkheid aandacht te vragen voor deze stichting en sarcoomkanker.

Vanaf vandaag 10 mei kun je stemmen op ‘Honderd Duizend Keer een Tientje’ via onderstaande link:

https://www.ncrv.nl/geven/honderd-duizend-keer-een-tientje

Wilt u ons helpen met jouw stem?

Als ‘Honderd Duizend Keer een Tientje’ wint krijgt de stichting €10.000,-  wat wordt besteed aan onderzoek naar behandeling en voorlichting om in een zo vroeg mogelijk stadium sarcoomkanker te ontdekken.

Én wil je me helpen om dit bericht via je social media te verspreiden naar je netwerk van familie, vrienden, bekenden en collega’s en aan hen de vraag het ook weer verder te verspreiden.

Voor iedereen die sarcoomkanker heeft.

p.s. vergeet uw stem niet te bevestigen via de e-mail.

 

Nieuwe website online

Met trots presenteren wij onze nieuwe website. Na een periode van ontwikkelen en optimaliseren staat sinds 1 mei 2017 onze nieuwe website online. De website is in een geheel nieuw jasje gestoken en voorzien van een fris design. 

Belangrijker nog is de nieuwe opzet en menustructuur welke de website overzichtelijker maken. Last but not least: De nieuwe website is geheel responsive, ofwel uitstekend te bekijken op mobiel en tablet.

Geheel vernieuwd, fris, overzichtelijk en eigentijds. zodat je als bezoeker makkelijk en snel de weg weet te vinden. Met de gewijzigde structuur vind je binnen enkele muisklikken de tumor type die jij zoekt. Tevens informeren wij je onder andere over het laatste nieuws, publicaties en onze specialisatie op het gebied van:

In de toekomst zullen we de website nog meer gaan uitbreiden, zodat we steeds vernieuwend blijven.

Wij danken Lawine Visuele Communicatie voor de ontwikkeling van de logo’s en banners. Met deze prettige samenwerking is deze nieuwe site tot stand gekomen.

Indien je vragen of opmerkingen hebt over de site of inhoud, neem dan contact met ons op!

In gesprek met Hendrik over GIST

Luister hieronder naar het gesprek:

Transcript

Welkom bij Mijn Gezondheidsgids. Mijn naam is Mariam en vandaag ben ik in gesprek met Hendrik over Gastro Intestinale Stromale Tumor, afgekort GIST. Hallo Hendrik.

Hallo.

Kun je me kort uitleggen wat GIST inhoudt?
Ja, de meeste kankers zijn harde tumoren en stromale tumoren zoals GIST, is een zachte tumor. En die valt in het algemeen niet op omdat je hem niet precies kunt lokaliseren. Maar die buigt zich met het weefsel van bijvoorbeeld je maag – daarom heet hij gastro -, beweegt hij mee. Het is een heel zeldzame ziekte. In Nederland komen er per jaar 300 gevallen bij ongeveer.

En jij hebt het zelf ook?
Ik heb het zelf ook ja.

Wanneer is het bij jou ontstaan?
Dat weet je niet precies. Een keer in de zoveel maanden ging ik naar de dokter om te zeggen dat ik last had van mijn maag. En iedere keer kreeg ik wat anders: maagzuurremmers en dat soort dingen. En uiteindelijk kreeg ik op een gegeven moment koorts. Toen bleek dat er een tumor van meer dan tien centimeter in mijn maag zat, in mijn maagwand om precies te zijn.

En wat heeft de arts vervolgens gedaan, welke acties zijn er toen ondernomen?
Behalve die in de maag zaten er ook twee uitzaaiingen in de lever en die waren operatief niet te verwijderen. In de maag ook niet, was veel te groot, dat ding. En ik heb toen een middel gekregen, dat is een remmer die bepaalde tumoren remt, dat ook gebruikt wordt bij bepaalde vormen van leukemie. En dat middel leek fantastisch. Ik heb het nu tien jaar en de GIST is totaal onder controle.

Maar het is niet helemaal weg?
Het is niet helemaal weg want ik ken ook mensen die drie of vier jaar dit geslikt hebben, en die het toch weer terugkrijgen. Het is mogelijk namelijk dat de cellen dus resistent worden voor het middel. En je kan ook niet zeggen wanneer het weer terugkomt en of het weer terugkomt.

Blijft het wel intact?
Het is dus mogelijk dat het weer gaat groeien. Dan zou je moeten uitwijken naar een ander medicijn, die zijn er wel. En gelukkig zou ik haast zeggen. Er is zelfs een derdelijnsmiddel. Als het tweedelijnsmiddel niet meer werkt, zou je ook naar het derdelijnsmiddel kunnen gaan. Het is wel zo, al die medicijnen zijn knap giftig dus je hebt allemaal bijwerkingen. En zeg maar met name, hoe verder je komt in het circuit, als je van het tweede- naar het derdelijnsmiddel gaat krijg je allerlei bijverschijnselen.

En wat zijn allemaal de bijverschijnselen?
Ik krijg een heel papperig gezicht, ik heb vochtophoping onder de ogen en heel veel last van de huid. Want de huid wordt zo dun dat als je het even stoot, dan maak je er meteen een gat in. Ik heb iedere dag diarree, dat is niet te remmen. Dus daar heb ik ook weer pillen voor. Maar verder valt het nogal mee, ik bedoel, het is niet zo dat ik me vreselijk ziek voel de hele week.

Want je kunt wel gewoon de dagelijkse dingen blijven doen?
Ja in principe wel. Ik ben ook heel erg moe, want ik heb ook bloedarmoede. En dat heeft ook bijverschijnselen zoals hijgen en zo. Maar er is mee te leven ja.

Je zei net dat door de medicijnen de tumor kleiner is geworden. Kan het nu wel geopereerd worden of niet?
Het zou in principe geopereerd kunnen worden. Maar dat doen ze niet omdat ze bang zijn dat bij operaties weer cellen in het lichaam komen die weer gaan werken.

Dus dat het dan groter wordt?
Ja, dat het dan weer groter wordt.

Heb je verder nog andere behandelingen of zijn het echt alleen de medicijnen die je gebruikt?
Het is de enige behandeling die ik gehad heb, ja. Al tien jaar lang.

Je hebt het al tien jaar, dat is behoorlijk lang. Dat heeft ongetwijfeld wel enige impact gehad op je leven.
Ja, de eerste jaren was ik heel erg ziek. Want die tumor is niet zomaar verdwenen, die moest wel langzaam slinken. Ik ben echt de eerste twee jaren en de jaren daarvoor ben ik flink ziek geweest, totdat ze dus wisten wat het was. En toen begon het ook langzamerhand af te nemen.

Want heeft het naast dat je heel lang ziek bent geweest nog een andere impact gehad op je leven?
Ik denk dat het met elke vorm van kanker wel zo is, je wordt heel onzeker met je lichaam, omdat je je lichaam niet meer vertrouwt. Het beïnvloedt ook je relatie omdat je dus doorlopend patiënt bent. Je bent met een vrouw die eigenlijk de hele tijd voor je loopt te zorgen. Dat neemt natuurlijk wel af in de loop van de tijd, maar de verhouding – ook met de kinderen – wordt heel anders.

Hoe wordt de verhouding met de kinderen?
Die hebben in het begin wel gedacht, ‘o pa, die gaat binnen een paar maanden dood’. En dat is natuurlijk wel weer overgegaan. Maar het voordeel was, een betrekkelijk voordeel, ik was al met pensioen toen ik het kreeg. En anders was je waarschijnlijk al meteen arbeidsongeschikt geworden. Dat heeft gelukkig bij mij geen rol gespeeld.

Hoe gaat het nu met je?
Redelijk. Bij een scan in het voorjaar bleek een nieuwe plek te zitten in mijn lever. En toen ben ik verschrikkelijk in elkaar geklapt. En ik dacht: ‘o jee, nu komt het’ en ik heb echt een paar maanden helemaal in de schrik gelopen. En uiteindelijk is uitgezocht, bleek er niets te zijn. Maar het was geen kanker.
Maar dat is toch wel weer de doorlopende angst, dat het toch weer ergens terugkomt. Dat weet je dus nooit.

Want het zit nu alleen nog maar in je maag en lever?
Ja.

Is er iets dat je wilt meegeven aan lotgenoten, aan GIST-patiënten?
Je moet vooral vertrouwen hebben in je eigen lichaam en heel goed voor jezelf zorgen. Want je lichaam verzwakt dan toch. En ik denk dat een gezonde leefstijl dan heel belangrijk is. Ik zwem elke dag en ik probeer echt goed te eten. De conditie van je lichaam is echt heel belangrijk om het onder de radar te houden.

Deed je dat altijd al of ben je dat echt bewust gaan doen nadat je ziek bent geworden?
Nee, ik ben veel bewuster gaan leven, ook met alcohol en zo. De kansen dat je het terugkrijgt hangen ook af van hoe sterk je lichaam is.

Is er verder nog iets dat je kwijt wilt?
Het is heel leuk dat ik het een keer mag vertellen dit verhaal.

Kankerpatiënten willen meer concentratie in expertcentra

NFK en de 19 bij haar aangesloten kankerpatiëntenorganisaties staan al jaren voor concentratie van complexe kankerbehandelingen. Concentratie van complexe zorg leidt aantoonbaar tot betere behandelresultaten en is efficiënter. Niet elk ziekenhuis kan state-of-the-art zijn op alle kankerbehandelingen.

Recent kwam een zorgverzekeraar met het bericht dat prostaatkankeroperaties niet meer in 40 ziekenhuizen, maar slechts in twee ziekenhuizen zouden moeten plaatsvinden. NFK vindt het belangrijk dat kankerzorg wordt geleverd door expertcentra, toegewijd aan (complexe) kankerbehandelingen en alles wat daaromheen nodig is. De inkoop wordt bepaald door de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars, maar wel graag op basis van de visie en kwaliteitscriteria van kankerpatiëntenorganisaties en (ex)kankerpatiënten. Belangrijkste onderdelen van de generieke NFK-visie op concentratie zijn:

  • expertcentra beschikken over alle vormen van diagnostiek en therapie voor kankerpatiënten, geboden door een multidisciplinair behandelteam met subspecialisatie in een specifieke kankersoort of doelgroep
  • expertcentra onderscheiden zich in hun directe betrokkenheid bij wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe diagnostiek, behandeling en nazorg
  • expertcentra hebben de regiefunctie op de zorg en zijn geografisch verspreid over het land
  • waar nodig werken zij samen met partnerziekenhuizen op basis van heldere en transparante afspraken

Het is evident dat zorgverzekeraars moeten samenwerken om de complexe kankerbehandelingen in te kopen. Anders ontstaat de situatie dat elke zorgverzekeraar zijn eigen centra aanwijst. Dat is niet waar de kankerpatiënt bij gebaat is. Concurrentie en marktwerking leent zich feitelijk niet voor complexe kankerbehandelingen. Hierover heeft NFK recent aan de bel getrokken bij de ACM. Het belang van (kanker)patiënten moet altijd leidend zijn in beslissingen rond marktwerking, vindt NFK.
________________________________________________________________________________________________
Voor nadere informatie neemt u contact op met Mariette de Vries, Projectmanager Kwaliteit van zorg, Nederlandse Federatie voor Kankerpatiëntenorganisaties (NFK); e-mail m.devries@nfk.nl, tel. 06-42200190.

Video update over de DOREMY studie

Er lopen nu bij Rick Haas, Radioloog bij het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, twee wetenschappelijke onderzoeken. Deze onderzoeken zijn gefinacieerd door HDKT en lopen aan de DOREMY studie.

Er is een kort filmpje gemaakt met een update van dit onderzoek. Bekijk hier deze film.

Meer info:
In het laboratorium proberen we van tumorcellen in kweek van verschillende sarcoom soorten (in het begin met de nadruk op MLS) de individuele bestralingsgevoeligheid te achterhalen. De minimaal gewenste totaal dosis per sarcoom-type is de dosis waarbij al wel tumorcel schade optreedt, maar waarbij idealiter (nog) geen normale weefsel complicaties optreden. We gaan op zoek naar die minimaal gewenste totaal dosis en tegelijkertijd naar de optimale dagdosis waarmee die einddosis gehaald moet worden. Wat we ons vooraf natuurlijk goed realiseren is dat er veel verschillen bestaan tussen sarcomen onderling, maar ook tussen patiënten onderling. Met dit onderzoek hopen we voorzichtig een eerste stap te zetten in het individualiseren van de radiotherapeutische zorg van de sarcoom patiënt in de toekomst.

Nog meer info is te vinden op de HDKT-site. Klik hier.

Een (telefonische) hulpdienst voor sarcoom-patiënten

Uit signalen die wij kregen bleek dat er behoefte bestaat aan een telefonische hulpdienst voor sarcoom-patiënten, vooral bij mensen die recent de diagnose hebben gekregen. Vandaar dat het bestuur van de Contactgroep Sarcoma stappen gaat ondernemen om geleidelijk tot een hulplijn te komen.

Bij een diagnose van een sarcoom komt uiteraard de eerste informatie van de behandelende artsen en specialisten. Thuis zoek je verder naar informatie op internet, maar er is meer, er is de onzekerheid, de emotie, de veranderde toekomstverwachting en er zijn vele praktische zaken. Ook wil je weten hoe anderen het ervaren hebben en hoe die zijn omgegaan met het feit dat ze een sarcoom hebben. De website van de Contactgroep Sarcoma, ons besloten ledenforum en ook de website Kanker.nl kunnen helpen, maar soms is dat niet genoeg en is er behoefte aan persoonlijk contact. Dat merken we aan de vragen die ons per e-mail gesteld worden en we merken het in andere contacten met u, onze leden.

Nieuwe leden kregen tot voor kort alleen een welkomsbrief, informatiemateriaal en toegang tot het forum waar zij geïntroduceerd werden en vaak welkom geheten werden door andere lotgenoten. De secretaris van het bestuur was daarnaast al een tijd gewoon om nieuwe leden nog eens telefonisch te benaderen. Dit werd altijd zeer op prijs gesteld en vaak bleek er behoefte te zijn aan nader contact.

Vele andere patiëntenorganisaties hebben de mogelijkheid om patiënten met een hulpvraag telefonisch op te vangen. Onze Contactgroep was daar tot op heden organisatorisch niet toe in staat, maar het moment is gekomen om hier daadwerkelijk aandacht aan te besteden. De bedoeling is om geleidelijk te beginnen en gaandeweg ervaring op te doen en zo de activiteiten verder te ontwikkelen.

We hopen dat we hiermee het startsein kunnen geven voor een (telefonische) hulpdienst van en voor sarcoom-patiënten. We hebben alvast een nummer: 030-760 45 70. Als u dat belt komt u voorlopig alleen in contact met mij (Jasper Smit), maar we roepen iedereen die hiervoor belangstelling heeft en zich eventueel als vrijwilliger beschikbaar wil stellen bij deze op om ons dat te laten weten. U kunt dat doen door een e-mail te sturen aan Jasper Smit, admin@contactgroepsarcoma.nl. Als u eerst meer informatie zou willen hebben kunt u mij bellen op dit nieuwe nummer.

Verruiming mogelijkheden medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen

Op dinsdag 25 oktober 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel om de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) te wijzigen. De verwachting is dat de gewijzigde WMO per 1 maart 2017 in werking kan treden. Een belangrijke wijziging betreft de verruiming van de mogelijkheden voor het verrichten van medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen dat henzelf niet ten goede kan komen (zogeheten niet-therapeutisch onderzoek). Onder de nieuwe wetgeving is dit type onderzoek voortaan in principe toegestaan als de risico’s en belasting minimaal zijn in vergelijking met de standaardbehandeling. Naar verwachting zal de wetswijziging in de praktijk meer ruimte bieden aan de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden in met name de kindergeneeskunde.

Voorheen kon niet-therapeutisch medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen alleen plaatsvinden wanneer het onderzoek niet in een wilsbekwame groep kon worden uitgevoerd (groepsgebonden). Bovendien gold de extra eis dat de risico’s van het onderzoek verwaarloosbaar en de bezwaren – zoals pijn en ongemak – minimaal moeten zijn.

De beroepsgroep van kinderartsen, patiëntenverenigingen en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) hebben meerdere malen aangegeven dat door deze strikte extra eis belangrijk onderzoek geen doorgang kon vinden, waardoor de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden in de kindergeneeskunde werd belemmerd. Deze signalen hebben uiteindelijk geleid tot een verruiming van de mogelijkheden voor het verrichten van niet-therapeutisch onderzoek bij minderjarige en wilsonbekwame proefpersonen.

Onder de nieuwe wetgeving wordt tevens de leeftijdsgrens voor het zelfstandig geven van toestemming voor deelname aan onderzoek verlaagd van achttien naar zestien jaar. In verband daarmee zijn ook de regels voor vergoeding aan 16- en 17-jarige proefpersonen aangepast. Verder wordt de samenstelling van de METC’s gewijzigd: in METC’s die onderzoek met minderjarige proefpersonen toetsen dient een kinderarts zitting te hebben in de commissie.

(Bron: www.ccmo.nl)