Behandeling primaire tumor

Indien mogelijk zal geprobeerd worden de primaire tumor in zijn geheel operatief te verwijderen. Een geslaagde volledige resectie verbetert de vooruitzichten voor het verdere ziekteverloop.

In het geval van GIST werkt de klassieke chemotherapie niet of nauwelijks. Ook bestraling van primaire tumoren werkt niet.

Heel grote tumoren, of tumoren die op een erg lastige plek zitten, worden vaak eerst aangepakt met imatinib, een medicijn dat de tumor moet doen krimpen. Dit heet neo-adjuvante medicatie. Als deze medicatie aanslaat, kan de operatie later met een hogere kans op slagen plaatsvinden. Een veelvoorkomende dosering is 400mg imatinib per dag.

Met adjuvante medicatie worden medicijnen bedoeld als chemotherapie en hormoonbehandeling, die gericht zijn op het doden van tumorcellen die zich al in het lichaam hebben verspreid op het moment van de operatie. Deze medicijnen worden aanvullend op een operatie gegeven. Voor GIST-patiënten worden adjuvante medicatie (imatinib) in de vorm gerichte therapie voor een periode van 3 jaar na operatie toegepast.

Neo-adjuvante medicatie betreft medicijnen die voorafgaand aan een operatie worden gegeven. Of een adjuvante of neo-adjuvante behandeling wordt gedaan, hangt af van de situatie van de patiënt. Voor de behandelkeuze wordt doorgaans het advies van verschillende specialisten gevraagd. De behandelend arts zal het behandelplan aan de patiënt voorstellen.

Doelgerichte therapie met medicijnen

Momenteel zijn er in Europa drie middelen officieel geregistreerd voor de behandeling van GIST:
– imatinib (Glivec®),
– sunitinib (Sutent®) en
– regorafenib (Stivarga®).

Imatinib wordt gebruikt als neo-adjuvante of adjuvante medicatie en als eerstelijnsmiddel na het vaststellen van uitzaaiingen. Van imatinib zijn behalve het merkartikel Glivec ook zgn. generieke varianten verkrijgbaar. Om juridische redenen krijgen GIST-patiënten in principe vooralsnog het merkartikel voorgeschreven (zie ook nieuwsbrief GCC december 2016).

Sunitinib wordt gebruikt als tweedelijnsmiddel, dus wanneer imatinib niet (meer) werkt.

Regorafenib wordt gebruikt als derdelijnsmiddel, wanneer imatinib en sunitinib niet (meer) werken.

Klassieke chemotherapie (bij carcinomen) werkt op alle zich vermenigvuldigende lichaamscellen, waardoor ook gezonde cellen kapot gemaakt worden.

Imatinib, sunitinib en regorafenib daarentegen zijn geneesmiddelen die zijn ontwikkeld om specifiek bepaalde doelen in tumorcellen te treffen, waardoor ze veel minder bijwerkingen hebben dan bij chemotherapie het geval is. Daarom spreken we in het geval van imatinib, sunitinib en regorafenib van doelgerichte therapie.

Hoe doelgerichte therapie werkt

Elke lichaamscel heeft verschillende soorten en aantallen antennes die horen bij de specifieke functies van die cel. Bij ontspoorde cellen ontvangen de antennes signalen om nieuwe cellen te blijven aanmaken en zo groeit de tumor.
Het eerstelijnsgeneesmiddel (imatinib) blokkeert die antennes zodat geen signalen meer doorgegeven kunnen worden en de tumorgroei stopt.

Net zoals bij imatinib blokkeert het tweedelijnsgeneesmiddel, sunitinib, ook de KIT- en PDGFRA-eiwitten, maar dit middel heeft nog het bijkomende effect dat het de angiogenese tegengaat; dat is de vorming van nieuwe netwerken van bloedvaten, nodig voor de voedselvoorziening van de tumor.

Dit is ook het geval bij het derdelijnsmiddel regorafenib.

Verdere informatie omtrent het gebruik van de GIST-medicatie is te vinden in het artikel ‘Wat doet het lichaam eigenlijk met mijn medicijn?’ van dr. Roelof van Leeuwen in de november 2016 nummer van Leven met Gist.

Adjuvante medicatie na de operatie van de primaire tumor

Als er na een geslaagde volledige resectie geen uitzaaiingen worden vastgesteld, en er dus geen aantoonbare tekenen van GIST meer zijn, zal toch geregeld besloten worden om imatinib voor te schrijven. Dit heet adjuvante medicatie.

Het idee is om te voorkomen dat eventuele, niet zichtbare GIST-cellen opnieuw beginnen te groeien, of dat nieuwe tumoren (metastasen) alsnog de kop opsteken. Bij GIST met laag risico wordt in principe geen adjuvante medicatie voorgeschreven.

Als de verwijderde tumor in de categorie van middelhoog of hoog risico valt, is de standaard momenteel om drie jaar 400mg adjuvant imatinib in te nemen; al kunnen de duur en dosering per patiënt verschillen.